Kroonjuweel van Etten-Leur

Godsdienstige functie

Tot 1807 bewoonde familie Martin Huize Adama. In dit jaar verkopen zij het aan Adriaan Boot die het op zijn beurt weer aan een boer verhuurt. In deze tijd waren de zusters van de orde der Penitenten Recollectinen uit Dongen, een bloeiend klooster en pensionaat, op zoek naar verdere uitbreiding in een andere plaats.

Na jaren zoeken werden ze rond 1820 verwezen naar een oud vervallen herenhuis te Etten waar ze in alle nederigheid een nieuw huis konden gaan stichten. Rond dit jaar was in Etten het godsdienstig, zedelijk en cultureel peil laag. De toenmalige pastoor van Etten, Antonius Oomen, stond niet onwillig tegenover de komst van de zusters omdat hij zeer goed op de hoogte was van de activiteiten van de zusters. Hij hoopte dat de zusters katholiek onderwijs konden gaan geven. In Etten was dit nog niet mogelijk. Wel hadden Etten en Leur openbaar onderwijs. Na besprekingen te hebben gevoerd met pastoor Oomen werd dan ook besloten het gebouw te kopen op naam van Adriaan Michel van Hooydonk. Dit werd gedaan omdat de toenmalige wetgeving niet toestond dat een geestelijk gezelschap zakelijke handelingen konden verrichten.